Tencent, Alibaba en Baidu, de grootste internetbedrijven van China, hebben door uitbreiding van hun diensten de strijd aangebonden met de Chinese staatsbanken. Zij bieden sinds kort diensten om online te betalen, te lenen, te sparen en te verzekeren. En hoewel zij in eerste instantie elkaar beconcurreren, werken ze ook nauw samen.

In maart van dit jaar gaf de Chinese overheid groen licht voor het oprichten van de eerste private banken. Dit is een onderdeel van het vorig jaar aangekondigde plan om de Chinese economie meer open te stellen voor particuliere initiatieven. Het was de aanzet tot de ontwikkeling van een rigide bankensysteem, waarin de staat grote invloed heeft op wat er op bancair gebied gebeurt, naar een open systeem waarbij ook private partijen een rol mogen spelen.

Maar het initiatief kwam niet uit de bankenwereld zelf. Het zijn de internetgiganten die de banken op scherp hebben gezet. Zij begonnen vorig jaar met het aanbieden van financiële diensten via hun platformen. Iets wat met argusogen door de banken bekeken werd. Kortom, een frisse wind in de Chinese bankwereld uit onverwachte hoek.

De initiatieven

Tencent, eigenaar van onder anderen social messenger WeChat en online betalingssysteem Tenpay, introduceerde afgelopen jaar een spaarsysteem Licaitong. Gebruikers storten geld in het fonds en krijgen een rente die wel tot bijna 2,5 keer hoger is dan de rente die de banken geven.

Licaitong kon een snelle groei doormaken door de massa die Tencent met WeChat al aan zich had weten te binden. WeChat is met 355 miljoen gebruikers de grootste berichtendienst in China en geeft Tencent dus direct toegang tot een enorme hoeveelheid profielen.

Om WeChat abonnees te converteren naar gebruikers van de financiële diensten, introduceerde Tencent tijdens Chinees Nieuwjaar Hongbao in de WeChat app. De eeuwenoude traditie volgend, konden mensen via WeChat geld sturen naar vrienden en familie die, al naar gelang de hoeveelheid geluk die zij hadden, een percentage van het geld ontvingen. Traditioneel gebeurt dit via een rode envelop. WeChat bracht het gebruik naar mobiel. Bij Hongbao gaat het slechts om bedragen van enkele euro’s. Waar het echter toe leidde, was dat mensen hun betaalkaart aan WeChat koppelden. Vijf miljoen nieuwe aanmeldingen waren het resultaat.

In augustus 2013 startte Tencent met het aanbieden van bankdiensten binnen WeChat . Het bedrijf introduceerde daarmee de mogelijkheid voor gebruikers om offline te betalen door middel van het scannen van QR-code’s in stenen winkels of eenvoudig online betalingen te verrichten in de aan TenPay gelieerde webshops. Ook kunnen nu gebruikers onderling betalingen verrichten. In sommige steden in China kunnen mensen inmiddels al met het in WeChat geïntegreerde TenPay hun openbaar vervoerkaart opladen. En sinds maart 2014 maakt Tencent het mogelijk voor merken om producten of services te verkopen via de branded channels in de WeChat app. Dit is een goede manier voor Tencent om vanuit WeChat extra omzet te genereren, omdat bedrijven voor elke transactie een percentage verschuldigd zijn aan Tencent.

Als Tencent erin slaagt WeChat om te vormen tot een kanaal van waaruit e-commerce inkomsten gegenereerd kunnen worden, dan kunnen de verhoudingen in de Chinese e-commerce wereld drastisch gaan verschuiven. Op dit moment is Alibaba de onbetwiste leider in online shopping. Alibaba (binnenkort naar de beurs) reageerde op de integratie van TenPay in de WeChat app met het agressief pushen van de Laiwang, de eigen berichtenapp. Deze app heeft echter vele malen minder gebruikers en kan de massa die Tencent bereikt met WeChat nooit evenaren.

Alibaba is onderdeel van Alibaba Group, waar onder anderen ook Alipay (online payment) en Taobao (vergelijkbaar met Marktplaats) onder vallen. Alibaba Group kwam al eerder dan Tencent met een spaarsysteem: Yu’e Bao, dat al 58 miljard euro aan kapitaal heeft weten aan te trekken. Het is inmiddels ’s werelds op drie-na-grootste geldmarktfonds. In maart 2014 waren er al 81 miljoen gebruikers. En het eind is nog niet in zicht.

Baidu, de grootste zoekmachine van China, heeft haar eigen spaarfonds, genaamd Baifa. Baifa belooft rentes tot wel acht procent, maar heeft het maximaal te storten bedrag gelimiteerd. Dit in tegenstelling tot Licaitong en Yu’e Bao. Baidu vormt echter de minste bedreiging in de driehoek Alibaba, Tencent en Baidu, omdat dit bedrijf geen belang heeft bij het verzamelen van profielen. Alle drie de bedrijven zetten overigens geavanceerde dataminingstechnologieën in om risico’s en wensen te bepalen. Met name Alibaba heeft goud in handen met de data die zij verzameld heeft op Taobao, de online marktplaats.

WeChat en Alibaba hebben beide grote belangen bij de financiële diensten die zij aanbieden. Niet alleen zorgt dit voor extra omzet via de andere kanalen die zij bezitten, maar door de spaarfunctionaliteit weten de bedrijven ook grote sommen geld aan te trekken voor investering.

De veranderingen in het Chinese betalingssysteem worden nauwlettend in de gaten gehouden door de banken die er maar niet in slagen de gehele bevolking goed te bedienen. Kritiek op de Chinese staatsbanken is nog steeds dat zij vooral zorgen voor investering in de bedrijven die gelieerd zijn aan de staat en dat middelgrote en kleine bedrijven daardoor in China minder kans krijgen om te groeien.

Daarnaast zijn de voorwaarden voor particulieren om producten af te nemen streng. Zo streng dat het voor de meesten onbereikbaar is om bijvoorbeeld aan vermogensbeheer te doen. De rentes zijn laag en worden bepaald door de Staat om de economie te sturen. Klantgericht denken is de banken vreemd. Ex-CEO Jack Ma van Alibaba ziet daarom kansen. “Als de banken niet veranderen, dan veranderen wij de banken.” En dat is precies wat Alibaba, Tencent en Baidu nu doen. Zij hebben in ieder geval de banken gedwongen na te denken over nieuwe strategieën om klanten te binden.

En de banken? Die lobbyen om de nieuwe internetinitiatieven te reguleren. In de eerste maanden dat Tencent en Alibaba aan de weg timmerden, hebben zij al een enorme hoeveelheid geld zien verdampen. De banken willen daarom regulering van de hoge rentes die de internetgiganten bieden. Daarmee zou het concurrentievoordeel van de internetbedrijven vervallen.

Daarnaast willen de banken dat er een maximaal bedrag wordt ingesteld voor betalingen via Alipay en TenPay. Hogere bedragen zouden dan via de banken afgerekend moeten worden. Afgelopen maart stelden de staatsbanken dagelijkse limieten in op overboekingen naar Yu’e Bao van 5.000 Yuan (580 euro). Een effectieve maatregel, omdat hiermee de snelle groei van dit investeringsfonds flink wordt afgeremd. Inmiddels hebben de banken “omwille van veiligheidsredenen” al een verbod op offline betalingen weten af te dwingen. Daarnaast hebben de banken hun eigen rentes verhoogd.

Ondanks de bedreiging van het bestaande systeem, heeft de gouverneur van de Centrale Bank van China, Zhou Xiaochuan, zich onlangs uitgesproken voor innovatie in de financiële wereld: ‘Generally speaking, finance is an area in which technical innovation is to be encouraged; oversight must catch up with the times and follow the pace of technical innovation.’

In november 2013 hebben Baidu, Alibaba en Tencent officieel vergunningen aangevraagd om financiële diensten te mogen verlenen. Deze vergunningen worden uitgeven door de Chinese staat. Daarmee kunnen de internetbedrijven voortaan dezelfde diensten verlenen als de staatsbanken. Begin maart dit jaar gaf de overheid tien private partijen toestemming om bancaire diensten te verlenen. Alibaba en Tencent zijn twee van de partijen die een vergunning gekregen hebben. Met de hogere rente, lagere toetredingsdrempels voor vermogensbeheer en de e-wallets, gekoppeld aan e-commerce platforms of berichtenapps, hebben zij nu echt de potentie om verandering te bewerkstelligen in de Chinese financiële wereld.

Dit artikel is geplaatst op Emerce.nl

Deel dit artikel op social media

door Femke Marcar

Femke Marcar

Femke is Marketing & Social Media Manager bij MassMovement

@femkemarcar