Terwijl internetpartijen in China hun eigen strijd voeren voor hervorming van het bankensysteem, gaan de geruchten dat ook Facebook in Europa stappen zet in de richting van het verlenen van financiële diensten. Facebook zou bezig zijn met het verkrijgen van de benodigde vergunningen in Ierland om e-money diensten te kunnen aanbieden. Facebook zou gebruikers de mogelijkheid willen bieden om geld binnen Facebook te op te slaan en transacties te verrichten binnen heel Europa. Voor Facebook is een nieuwe manier om geld te verdienen uit meer dan alleen advertentie-inkomsten.

Facebook probeerde overigens al eerder stappen in deze richting te zetten met de introductie van Facebook Credits. Deze virtuele valuta kon worden gebruikt om bijvoorbeeld in-game aankopen te doen. Ondanks het feit dat Facebook credits zorgden voor 15 procent van de inkomsten in 2011, besloot Facebook in juni 2012 alweer te stoppen met deze dienst. En wel om transacties op Facebook simpeler te maken door gebruikers in hun eigen valuta te laten betalen. Later ging Facebook een samenwerkiong aan met PayPal. Facebookgebruikers kunnen daardoor hun creditcard koppelen aan hun Facebookaccount, waardoor betalen gemakkelijker wordt. Facebook is niet het enige internetbedrijf dat stappen zet in de richting van financiële dienstverlening. Ook Google bijvoorbeeld heeft initiatieven ontplooid op financieel gebied. Zo introduceerde het bedrijf de Google Wallet. Eerder deze maand werd bekend dat de Wallet ook op Google Glass beschikbaar wordt gemaakt. Vooralsnog is de Wallet alleen nog maar beschikbaar in de Verenigde Staten.

Net als in China zien we dus ook in het Westen dat internetbedrijven stappen zetten in de richting van financiële dienstverlening. Wellicht een logische stap, omdat dit een van de manieren is om te verdienen aan de profielen die de bedrijven in de loop van de jaren verzameld hebben. Een relevante vraag is of, net zoals in China de internetreuzen Tencent, Baidu en Alibaba de financiële markt openbreken, dit in het Westen en in Nederland ook op die manier zou kunnen gebeuren. Met andere woorden, vormen de nieuwe internetinitiatieven van de van oorsprong niet-financiële dienstverleners in Nederland een bedreiging voor de bestaande banken? Het antwoord hierop ligt voor een groot deel besloten in de verschillen in het bankklimaat. In China heerst zowel vanuit de consument als vanuit het midden- en kleinbedrijf onvrede over de slechte bediening door de banken. Rentes zijn laag, toetredingsdrempels hoog. Het is dan ook niet meer dan logisch dat mensen gevoelig zijn voor nieuwe systemen die een oplossing bieden voor de huidige problemen.

Inmiddels hebben Alibaba en Tencent van de Chinese overheid zelfs al officieel toestemming gekregen om financiële diensten te verlenen. De banken zijn daar niet blij mee en proberen regulering af te dwingen. Het lijkt er echter op dat zij op die manier de strijd niet gaan winnen. De gouverneur van de Centrale Bank van China, Zhou Xiaochuan, sprak zich onlangs openlijk uit voor innovatie van het bankensysteem. Dit betekent dus dat de Chinese staatsbanken op een andere manier zullen moeten gaan strijden. Eén van de redenen waarom initiatieven als Yu’ebao en Licaitong (de spaardiensten van Alibaba en Tencent) zo succesvol zijn, is omdat ze beter aansluiten bij de wensen van de consument. Niet alleen voor wat betreft de hoge rentes, maar op het gebied van gebruiksvriendelijkheid. Naast consumenten profiteren ook de kleine en middelgrote bedrijven van deze veranderingen. Financierden de banken vooral de staatsbedrijven, nu krijgen zij ook toegang tot kapitaal. De banken zullen dus moeten laten zien dat ze de consument en het bedrijfsleven begrijpen om te kunnen overleven. Door betere aansluiting bij behoeften, zijn de nieuwe financiële diensten in China dus in rap tempo omarmd. De banken verliezen klanten omdat zij klantdenken niet tot uitgangspunt hebben. In Nederland daarentegen denken banken al meer meer dan in China vanuit de consument. Banken zijn eerder geneigd nieuwe technologie te omarmen en proberen de concurrentie voor te zijn, juist door samen te werken met innovatieve bedrijven. Ontwikkelingen in Nederland zullen dus eerder langs de weg van partnership tussen internetbedrijven en banken plaatsvinden. Er zal hier dus meer sprake zijn van het verdelen van de rollen tussen partijen dan van een concurrentieslag.

Onderzoek van Accenture toonde onlangs aan dat de jongere generatie Amerikanen wel degelijk open staat voor financiële diensten van niet-financiële dienstverleners. Met Paypal, Google en Amazon aan top, zouden mensen bereid zijn om hun bankzaken via deze bedrijven te regelen. Natuurlijk is er nog het punt van de privacy. Data vormen potentieel een bron van inkomsten, maar ING Bank heeft zijn plannen voor het tonen van reclame op basis van persoonsgegevens opgeschort na hevige protesten. De initiatieven van Google en Facebook vormen vooralsnog geen direct gevaar voor de banken. Daar moeten echter wel een kanttekeningen bij worden gemaakt. Ten eerste hebben de banken door de financiële crisis het vertrouwen zien slinken. De internetbedrijven hebben van deze vertrouwensbreuk geen last. Daarnaast hebben Google en Facebook wereldwijd gebruikers aan zich weten te binden. Zij hebben dus al een grote stap voor wanneer het gaat om het neerzetten van een internationale nieuwe standaard voor bijvoorbeeld e-wallets en peer-to-peer betalingen. Google en Facebook kunnen consumenten dus makkelijker converteren naar betaaloplossingen. Net zoals Tencent Tenpay heeft geïntegreerd in WeChat en daarmee meteen een groot volume wist te behalen, kan Facebook natuurlijk dezelfde strategie volgen. En met WhatsApp in handen heeft het social bedrijf zelfs een hele sterke troef in handen, namelijk een sterk mobiel platform. De banken zullen de komende jaren de nieuwe ontwikkelingen nauwlettend in de gaten moeten blijven houden. In China werden de banken ingehaald door de realiteit van nieuwe initiatieven van internetbedrijven. In Nederland is het nog niet zover. Wat dat betreft kunnen de Nederlandse banken hun voordeel doen bij de kennis die zij opdoen door goed te kijken naar wat er in China gebeurt.

Dit artikel is geplaatst op Emerce.nl

Deel dit artikel op social media

door Femke Marcar

Femke Marcar

Femke is de Marketing & Social Media Manager bij MassMovement

@femkemarcar